'Hoe moeilijker, hoe liever'

2 Feb 2017 - 08:32

Bij de West-Vlaamse industriebouwer Alheembouw koopt gedelegeerd bestuurder Peter Temmerman de helft van de aandelen. Vorig jaar verdubbelde het bedrijf bijna zijn omzet. De sterke groei is mooi meegenomen, maar niet echt het doel.

Bij het West-Vlaamse bouwbedrijf Alheembouw wordt gedelegeerd bestuurder Peter Temmerman (44) voor de helft eigenaar. Hij koopt dat pakket aandelen van voorzitter Johan Heemeryck (54), die er nu evenveel bezit. “Het is een financiële operatie om de toekomst van ons bedrijf te waarborgen”, verantwoordt Heemeryck. “Voor de klanten en de 200 medewerkers verandert niets. Zij zijn tevreden. Peter Temmerman verpersoonlijkt als veertiger de voortzetting van onze succesvolle strategie: kwaliteitsvolle groei bij bestaande klanten als duurzame basis voor het bedrijf.”

Alheembouw is in 1970 opgericht door Alberic Heemeryck – vandaar de naam Alheem – in Oostnieuwkerke (Staden). Het bedrijf bouwde en verbouwde vooral huizen, en later ook appartementen. Onder het motto ‘hier leer je meer dan aan de unief’ kwam zijn jongste zoon, Johan Heemeryck, na zijn opleiding A2 Bouw in het bedrijf werken. “Wie te veel studeert, durft niet meer te ondernemen”, lacht die. Toen hij in 1988 de touwtjes in handen nam, had Alheembouw omgerekend 7,5 miljoen euro omzet, vooral in residentiële projecten. Nu is dat 129 miljoen.

De taal van industriëlen
Alberic Heemeryck kreeg in 1976 een opdracht van de diepvriesproducent Ardo om in Ardooie, enkele kilometers van Staden, een magazijn te bouwen. Alheembouw vond in die niche al snel andere klanten, onder meer Horafrost, Pinguin, Dicogel, Begro en Verduyn. Later kwamen de aardappelverwerkers (onder meer Claerebout, Mydibel, Agristo en Lutosa). Alheembouw volgde zijn klanten, zoals Kloosterboer en Ardo, ook naar productiesites in Noord-Frankrijk.

“We surften mee op het succes van de West-Vlaamse diepvriesproducenten”, zegt Heemeryck. “Elk gebouw was anders en onze expertise groeide zo sterk, dat we een natuurlijke partner werden voor veel industriëlen. Wij spraken letterlijk en figuurlijk hun taal.” Voor de gespecialiseerde hoogbouw vond Alheembouw klanten in andere sectoren, zoals McThree Carpets in Waregem, Delhaize in Ninove. In de loop der jaren bouwde het bedrijf ook winkel- en bedrijfsgebouwen, zoals voor Decathlon, Delhaize, P&G, Volvo en Roularta.

“Terwijl wij snel een industriegebouw willen afwerken volgens een standaardformule en tegen een concurrentiële prijs, zal Alheembouw veeleer maatwerk leveren”, getuigde een prefabspecialist vorige week op een logistiek congres. “Voor elk product is er vraag en we komen elkaar zelden tegen in prijsgevoelige aanbestedingen. De onderlinge concurrentie is hard, maar het gebeurt wel dat we samen bouwen, elk zijn deel van het project.”

“Wij starten waar de klassieke industriebouwers stoppen”, repliceert Temmerman. “Hoe moeilijker, hoe liever. Wie goedkoop wil bouwen, moet veel geld hebben. Want ooit moet je de factuur voor de herstellingen betalen, als blijkt dat de kwaliteit niet deugt. Wij zijn een van de weinige klasse 8-aannemers die openbare aanbestedingen op laagste prijs links laten liggen. Laag bieden en later juridische procedures opstarten om via claims de slechte prijs goed te maken, dat is onze stijl niet.”

Omdat de regels voor bouwvergunningen voor industrieterreinen rond de eeuwwisseling werden aangepast, was er voor veel West-Vlaamse bedrijven een tijdelijke bouwstop, in afwachting van een nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan. “Plots dreigde ons bedrijf een tijd zonder opdrachten te vallen, dus besloten we een nieuwe niche op te zoeken: publiek-private samenwerking”, aldus Heemeryck. “Dat was een doelbewuste focus op toegevoegde waarde, net zoals we dat doen in de industriebouw. Pps is vrij complex. Die juridische en finan-ciële expertise hadden we gedeeltelijk in huis via ons ontwikkelingsbedrijf De Steenoven (zie kader De Steenoven).”

Elf jaar geleden haalde Alheembouw Peter Temmerman weg bij Jan De Nul. De jongere gedelegeerd bestuurder (die toen ook aandelenopties kreeg) is vooral in de weer met de DBFM-projecten (design, build, finance, maintenance) van Alheembouw. “Ik was altijd de man van de industriële projecten en de klanten. Ons bedrijf miste structuur”, verklaart Heemeryck. “Peter Temmerman hielp de organisatie te ordenen, om de duurzame groei mogelijk te maken. Hij heeft ons bedrijf volwassen gemaakt.”

Scholenbouw
Toen de Vlaamse regering in 2008 begon met de DBFM-formule voor scholen, nam Alheembouw mee de leiding in het project Scholen van Morgen. Daarvoor vormde het samen met Juri, Vanderstraeten, Houben en Hooiberghs het consortium Juvalho. “In het begin verliep de DBFM-formule stroef en haakten kandidaten af”, weet Temmerman. “Gaandeweg vonden alle partners echter hun weg. Het resultaat, 182 nieuwe schoolgebouwen, mag er zijn. Als er een Scholen van Morgen bis komt, staan we op de eerste rij.”

De scholenbouw was vorig jaar een sterkhouder, goed voor 29 miljoen van de 129 miljoen euro omzet (78 miljoen in 2015). De bouw van winkelvastgoed was goed voor 25 miljoen omzet en de de industrie boekte 75 miljoen omzet.

Ook de toekomst ziet er goed uit. Het orderboekje voor de industriebouw is voor het eerste kwartaal goed voor 90 miljoen euro. Momenteel bouwt Alheembouw een nieuwe hoofdzetel, die opent in april. Het gebouw is ontworpen door Buro II, het bureau van de legendarische en verleden jaar overleden architect Hendrik Vermoortel, met wie Alheembouw veel werkte. De volgende twee jaar hoopt Heemeryck ook 50 miljoen te realiseren in pps.

Denken over de lange termijn
De gesprekken over de managementbuy-out (MBO) kwamen op gang, nadat een concurrent interesse had getoond om Alheembouw over te kopen. “Ik was jarenlang vooral bezig geweest met vandaag en morgen, maar toen begon ik na te denken over de langere termijn”, zegt Heemeryck. Omdat mijn vier kinderen elders actief waren, waren een MBO of een overname de enige opties. “De voorbije jaren hebben we een en ander balansmatig in orde gebracht om beide mogelijk te maken. Het is een MBO geworden.”

Temmerman en Heemeryck nemen elk 50 procent in de nieuwe holding 2B Concrete (3,9 miljoen kapitaal), die Alheembouw voor een onbekend bedrag overneemt van de holding Interheem. Beiden worden gedelegeerd bestuurder. “Voor alle duidelijkheid: het is niet de bedoeling dat we de overname financieren door sterk en met het verstand op nul te groeien”, poneert Peter Temmerman met klem. “De bestaande klanten hebben prioriteit. Vooraleer we opdrachten van nieuwe klanten aanvaarden, waken we erover dat ons basisklantenbestand optimaal bediend is.”

Ook de andere Interheem-dochter Betocor (productie betonvloeren, 12 miljoen omzet) is verkocht aan het management. Voor de Franse aannemingsdochter A-Construct (8 miljoen omzet) blijft alles bij het oude.

Zorgen voor later
In de bestanden van Roularta Business Information vinden we de naam Johan Heemeryck terug in ettelijke vennootschappen die rond de jaarwisseling werden opgericht. “Louter privé”, klinkt het.

Heemeryck bereikt over twaalf jaar de pensioengerechtigde leeftijd. Wat dan? “Daar zijn geen afspraken over”, klinkt het. “Wat er zal gebeuren met Alheembouw als wij als evenwaardige partners een conflict krijgen? We hebben de voorbije elf jaar elk meningsverschil uitgepraat. Waarom zouden we dat niet blijven doen?”

Uiteraard hebben beide aandeelhouders een voorkooprecht, voor het geval een van hen zijn participatie wil ver-kopen. “Misschien is het mijn ambitie het bedrijf ooit over te nemen, maar dat zijn zorgen voor over enkele jaren”, stelt Temmerman. “Eigenlijk is het simpel. Ofwel verkoopt de ene aandeelhouder ooit aan de andere. Ofwel verkopen we beiden aan een derde partij. Maar dat is voor later.”
 Hans Brockmans, fotografie Thomas Sweertvaegher